Bent u al DBA proof?

Geplaatst op 16 augustus 2016

Per 1 mei 2016 is de VAR afgeschaft, zoals wellicht u al bekend.

Vanaf voornoemde datum kunnen opdrachtgever en opdrachtnemer een overeenkomst sluiten, waaruit moet blijken dat de opdrachtnemer (zzper) zijn of haar werkzaamheden als zelfstandige verricht en er aldus geen sprake is van een arbeidsovereenkomst.

Dat dit geen sinecure is, blijkt onder meer uit het feit dat zowel opdrachtgever en -nemer verantwoordelijk zijn voor de juiste gang van zaken.

Indien blijkt dat er geen sprake is van in zelfstandigheid verrichte arbeid, dan zal naheffing loonbelasting plaatsvinden bij de opdrachtgever.

Opdrachtgever zal vervolgens de navordering proberen te verhalen op zijn opdrachtnemer.

Opdrachtnemer is dan geen ondernemer meer en verliest mogelijk zijn fiscale faciliteiten, zoals Zelfstandigenaftrek en MKB aftrek.

DBA 1

 

Opdrachtnemer en opdrachtgever kunnen gebruik maken van de modelovereenkomsten, zoals gepubliceerd op de website van de Belastingdienst

Ook kunnen zij zelf een overeenkomst maken en ter goedkeuring voorleggen bij de Belastingdienst. Binnen zes weken ontvangen zij dan bericht.

 

 

Let op: In de modelovereenkomsten zijn de artikelen met de voorwaarden die van belang zijn bij het bepalen of er sprake is van een dienstbetrekking gemarkeerd. De niet-gemarkeerde artikelen mogen worden aangevuld of aangepast voor uw eigen situatie, als dat niet in strijd is met de gemarkeerde artikelen.

 

Let op: Volgens de Belastingdienst heeft het aanpassen van de tekst van een goedgekeurde overeenkomst tot gevolg dat er niet op vertrouwd kan worden dat geen loonheffing is verschuldigd. Laat voor de zekerheid een aangepaste overeenkomst opnieuw beoordelen.

 

Gedurende de periode 1 mei 2016 tot 1 mei 2017 zal er door de Belastingdienst nog niet gecontroleerd worden of voldaan wordt aan de voorwaarden van de DBA.

Vanaf 1 mei 2017 is de belastingdienst voornemens de voorwaarden te gaan handhaven in de praktijk.

Wanneer is er geen sprake van een arbeidsovereenkomst?

De vereisten voor de dienstbetrekking zijn onder de Wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties (Wet DBA) niet veranderd ten opzichte van de situatie waarin de VAR gold.

Als er sprake is van de verplichting tot het persoonlijk verrichten van arbeid, loon en gezag dan is er sprake van een dienstbetrekking.

Wanneer één van de elementen ontbreekt kan er geen sprake zijn van een dienstbetrekking.

Er is dan sprake van Resultaat uit Overige Werkzaamheden (ROW) of van Winst uit Onderneming.

 

DBA 2Belastingdienst beoordeelt overeenkomsten

Het nieuwe systeem houdt in dat de Belastingdienst op verzoek van de opdrachtgever en/of de opdrachtnemer een oordeel geeft over de inhoud van een overeenkomst die deze partijen willen aangaan. Het oordeel blijft beperkt tot de vraag of de overeenkomst leidt tot een dienstbetrekking in fiscale zin. Daarvan is sprake als de volgende elementen aanwezig zijn:

  1. a) de opdrachtnemer verplicht zich tot het verrichten van arbeid;
  2. b) hij stelt zijn arbeidskracht ter beschikking van de opdrachtgever;
  3. c) de opdrachtgever verplicht zich tot het betalen van een beloning;
  4. d) er is een gezagsverhouding;
  5. e) de opdrachtgever heeft zeggenschap over de inhoud van het werk, de wijze waarop en de omstandigheden waaronder het werk wordt verricht;
  6. f) de opdrachtnemer heeft niet de vrije keuze om zich door een ander te laten vervangen.

 

Een beslissing dat bij gebruikmaking van een bepaalde overeenkomst geen loonheffing behoeft te worden ingehouden heeft een geldigheidsduur van vijf jaar. Deze beslissing is niet beperkt tot een bepaalde opdrachtnemer. Ook bij gebruik door andere opdrachtnemers is dan geen loonheffing verschuldigd.

 

Als de werkwijze in de praktijk afwijkt van wat in de overeenkomst is vastgelegd, kan geen beroep worden gedaan op de goedkeurende beslissing. De Belastingdienst kan dan loonheffing naheffen. Het is dus zaak om zorgvuldig na te gaan of de overeenkomst steeds zorgvuldig wordt nageleefd

 

Uitvoering van werkzaamheden: wel of geen dienstbetrekking?

Het aantal zelfstandigen zonder personeel is in een vrij korte periode sterk gegroeid. Tot die groep behoren echte zelfstandige ondernemers, maar ook ex-werknemers die door hun werkgever werden gedwongen om zzp’er te worden en die nauwelijks zelfstandiger zijn dan een werknemer. In deze onoverzichtelijke situatie is het voor opdrachtgevers en voor opdrachtnemers van belang te weten of de wijze van werken een dienstbetrekking in fiscale zin oplevert. Als dat het geval is, is de opdrachtgever verplicht loonheffing in te houden op de beloning en kan de opdrachtnemer onder omstandigheden een beroep doen op de werknemersverzekeringen. Sinds 2005 bestond de mogelijkheid de Belastingdienst te verzoeken om afgifte van een Verklaring arbeidsrelatie (VAR). Daarin werd aangegeven of de opdrachtnemer moest worden beschouwd als een zelfstandig ondernemer, als iemand die resultaat uit werkzaamheden (neveninkomsten) geniet, of als werknemer. De wetgever heeft enkele jaren gezocht naar een nieuw systeem om duidelijkheid te verschaffen in welke gevallen loonheffing moet worden ingehouden. In 2016 wordt geleidelijk een nieuw systeem van kracht.

 

Belastingdienst beoordeelt overeenkomsten

Wanneer 70% van de omzet behaald wordt bij één opdrachtgever kan dit de afhankelijkheid van de opdrachtnemer ten opzichte van de opdrachtgever zodanig groot maken, dat er geconcludeerd zou kunnen worden dat er geen sprake (meer) is van ondernemerschap.

Dit hoeft echter niet zo te zijn.

 

Deze vraag betreft ook het ondernemerschap van de DGA en niet de vraag of er een dienstbetrekking is.

Voor de vraag of er een dienstbetrekking aanwezig is wordt gekeken naar bovengenoemde elementen.

 

In de door de Belastingdienst vooraf goedgekeurde modelovereenkomsten ontbreekt telkens één of meer van de elementen van de dienstbetrekking.

 

Deze modellen kunnen onder de Wet DBA gebruikt worden om een contract af te sluiten, wanneer er conform het contract gewerkt wordt is de opdrachtgever geen loonheffingen verschuldigd.

Gebruik van een (model)overeenkomst is niet verplicht.

 

 

Moeten opdrachtgever en –nemer een door de Belastingdienst goedgekeurde modelovereenkomst gebruiken?

Nee, dat moet niet. Wanneer zonneklaar is dat er geen sprake is van een dienstbetrekking, dan hoeven zij geen goedgekeurde modelovereenkomst te gebruiken. Zij kunnen voor de overeenkomst van opdracht hun gemaakte afspraken in een zelf opgestelde overeenkomst vastleggen. Het is bijvoorbeeld zonneklaar dat er geen sprake is van een dienstbetrekking, wanneer zowel de gezagsverhouding als de verplichting tot persoonlijke arbeid ontbreekt. Een voorbeeld hiervan is de inschakeling van een docent via een opleidingsinstituut, waarbij het opleidingsinstituut bepaalt welke docent ingeschakeld wordt en de opdrachtgever geen enkele invloed mag uitoefenen over de wijze van lesgeven en het gebruikte cursusmateriaal. Denk hierbij bijvoorbeeld aan een cursus bedrijfshulpverlening.

 

Wanneer opdrachtgever en/of opdrachtnemer een overeenkomst ter goedkeuring aan de Belastingdienst voorleggen en deze wordt niet goedgekeurd, bestaat er dan nog een mogelijkheid om de overeenkomst aan te passen, zodat hij op grond van de aanpassing alsnog goedgekeurd kan worden?

Ja, bij onduidelijkheden of onvolkomenheden in de overeenkomst vraagt de Belastingdienst partijen de overeenkomst op die punten aan te passen.

 

Indien er veel gewerkt wordt met opdrachtnemers binnen een organisatie is het onmogelijk om al deze arbeidsrelaties opnieuw te beoordelen. Hoe kan een organisatie dit probleem ondervangen?

Bij grote aantallen ‘zelfstandigen’ is het zaak om goede voorlichting over de Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties te geven aan alle stakeholders binnen de organisatie. Op deze manier worden meer schakels in het bedrijf bewust van de veranderingen door de nieuwe wet en de gevolgen daarvan. De beoordeling van de arbeidsrelaties kan dan op meer punten binnen de organisatie plaatsvinden.

 

Hoe zorg ik ervoor dat er niet afgeweken wordt van de werkwijze die in de (goedgekeurde model) overeenkomst is vastgelegd?

Door het contracteren van opdrachtnemers en de werkwijze in de bedrijfsprocessen te verwerken en een check daarop te doen.

 

Kan een opdrachtgever beter geen opdrachtnemers meer contracteren?

Nee, het gaat er om dat de arbeidsrelatie (opnieuw) wordt beoordeeld. Wanneer er overduidelijk geen sprake is van een dienstbetrekking, bijvoorbeeld wanneer er geen sprake is van een gezagsverhouding met de opdrachtnemer en/of er bestaat geen verplichting om de werkzaamheden persoonlijk uit te voeren, dan hoeft de opdrachtgever in feite niets te doen. Neigt de arbeidsrelatie naar kenmerken van een dienstbetrekking, (gezagsverhouding en/of de verplichting van de opdrachtnemer tot persoonlijke arbeid), dan kunnen opdrachtgever en –nemer hun arbeidsrelatie zodanig wijzigen dat die kenmerken verdwijnen, waardoor er absoluut geen sprake meer is van een dienstbetrekking of de opdrachtnemer kan besluiten om de opdrachtnemer een dienstbetrekking aan te bieden.

 

Is het mogelijk om af te wijken van de in de modelovereenkomst aangegeven werkwijze?

In beginsel is dit niet mogelijk, maar kleine incidentele afwijkingen zijn toegestaan. Een voorbeeld hiervan is een timmerman, die een schuurmachine van de opdrachtgever gebruikt bij de uitvoering van zijn werkzaamheden, omdat hij deze schuurmachine per ongeluk thuis heeft laten liggen. Meer dan kleine incidentele afwijkingen kunnen tot gevolg hebben dat er een naheffingsaanslag loonheffingen wordt opgelegd bij de opdrachtgever, wanneer er sprake blijkt te zijn van een dienstbetrekking.

 

Welke factoren kunnen een aanwijzing vormen voor een dienstverband?

Termen, clausules in een overeenkomst met een zelfstandige moeten in onderlinge samenhang worden bekeken. Eén enkele factor kan op zichzelf bezien niet doorslaggevend zijn voor de aanwezigheid van een dienstbetrekking. Wel zijn er factoren die eerder wijzen op een dienstbetrekking dan andere. Zo zal de deelname aan een pensioenregeling en/of een arbeidsongeschiktheidsverzekering sterk wijzen in de richting van een dienstbetrekking. Hetzelfde geldt voor het vergoeden van een opleiding of cursus aan de opdrachtnemer en het niet incidenteel ter beschikkingstellen van gereedschap. Het ter beschikkingstellen van veiligheidsmiddelen (mondkapjes, gehoorbescherming etc.) aan de opdrachtnemer hoeft geen aanwijzing te zijn voor het bestaan van een dienstbetrekking. Hetzelfde geldt voor het ter beschikking stellen van een kantoorwerkplek. Deelname aan een vergadering bij de opdrachtgever kan een aanwijzing zijn voor de aanwezigheid van een dienstbetrekking wanneer de opdrachtnemer feitelijk binnen het organisatorische kader van het bedrijf werkzaam is. Deelname aan een vergadering in het kader van het geven van een advies wijst veel minder op de aanwezigheid van een dienstbetrekking. Het verstrekken van een reiskostenvergoeding kan ook wijzen op de aanwezigheid van een dienstbetrekking.

 

Kan een zelfstandige iemand in loondienst nog tijdelijk vervangen (bv. tijdens zwangerschapsverlof)?

Ja, de zelfstandige kan iemand in loondienst tijdelijk vervangen, maar wanneer de werkwijze van de zelfstandige dezelfde is, onder dezelfde voorwaarden als de werknemer worden uitgevoerd, kan er sprake zijn van een dienstbetrekking. Vervangen kan dus alleen wanneer de zelfstandige buiten werkgeversgezag en/of persoonlijke arbeid werkt en er geen sprake is van een fictieve dienstbetrekking.

 

Wij maken soms gebruik van een klusjesman. We leggen zijn werk nooit vast in een ‘contract’, maar betalen gewoon de factuur. Moeten wij hier iets in veranderen op grond van de Wet DBA?

U moet nagaan of er sprake is van een (fictieve) dienstbetrekking. Is dit niet het geval dan bent u niet verplicht om een (goedgekeurde model-)overeenkomst met de klusjesman te sluiten, maar in verband met de bewijskracht is het wel verstandig om gemaakte afspraken op papier te zetten.

 

Moet ik, zoals onder toepassing van de VAR, een kopie van een geldig identiteitsbewijs van de opdrachtnemer bij mijn administratie bewaren?

Nee, dat hoeft niet. Met het vervallen van de VAR is ook de verplichting om een kopie van een geldig identiteitsbewijs bij de administratie te bewaren vervallen. Indien er niet gewerkt is conform een door de Belastingdienst goedgekeurde overeenkomst en er blijkt achteraf sprake te zijn van een dienstbetrekking, dan legt de Belastingdienst geen naheffingsaanslag op tegen het anoniementarief, wanneer de opdrachtgever te goeder trouw ervan uitging dat er geen sprake was van een dienstbetrekking. Ter voorkoming van naheffingen tegen het anoniementarief is het wellicht aan te raden om toch de geboortedatum en het bsn van de opdrachtnemer in de overeenkomst van opdracht op te nemen of op een andere manier bij de administratie te bewaren.
Indien de opdrachtnemer overigens de inkomsten in zijn aangifte inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen heeft aangegeven, blijft naheffing van loonbelasting en premie volksverzekeringen bij de opdrachtgever achterwege.

 

Vragen

Heeft u na het lezen van deze nieuwsbrief nog een of meerdere vragen?

Neemt u dan contact op met Jan Verbooy, T: 071-5127054 Email: janverbooy@administratiecollectief.nl

 

 

 

Laat een reactie achter